Door Werkgroep Ouderenbeleid PvdA Drenthe op 4 juli 2017

Meer aandacht nodig voor uitvoerbaarheid en goede uitvoering

“Het is nodig dat meer rekening wordt gehouden met de vaardigheden en omstandigheden van mensen voor wie de samenleving te ingewikkeld is. Vooral voorzieningen en regels van de overheid zijn omgeven met complexiteit. Terwijl juist mensen die er het meest mee te maken krijgen, er vaak het minst voor zijn toegerust.” Dit stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna: RVS) in het pas uitgebrachte rapport ‘Eenvoud loont’.

   

‘Weten is nog geen doen’
Eerder trok de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna WRR) een vergelijkbare conclusie in het rapport ‘Weten is nog geen doen’.  Daarin geeft de WRR antwoord op de vraag, hoe redzaam burgers in praktijk eigenlijk zijn. “Er bestaat een behoorlijk verschil tussen wat van burgers wordt verwacht en wat zij daadwerkelijk aankunnen.” Daaronder rekent WRR ook burgers, die door een bepaalde, ingrijpende gebeurtenis in hun leven – zoals echtscheiding en faillissement – tijdelijk minder rationeel en oplettend reageren dan zij onder normale omstandigheden zouden doen.

‘Over de uitvoerbaarheid en uitvoering van nieuw beleid’
Volgens Tjeenk Willink is er sprake van te geringe aandacht van de overheid voor de kwaliteit van de uitvoering van beleid. In zijn notitie ‘Over de uitvoerbaarheid en uitvoering van nieuw beleid’, legt hij zijn visie op de oorzaken bloot. Enkele citaten uit het slot van zijn notitie die op 27 juni 2017 is gezonden aan de Tweede Kamer:

“Het blijft zorgelijk dat de departementen anno 2017 – in een wereld van nieuwe datatechnieken – niet scherper zicht hebben op de uitvoering en de effecten van beleid en dat de politiek – ministers èn volksvertegenwoordiging – onmachtig blijkt te voorkomen dat juist burgers in de problemen in het woud van regels de weg kwijt raken en zich door de overheid niet gehoord of begrepen voelen.
[…]
Het is voor de geloofwaardigheid van overheid en publieke dienstverlening dringend nodig dat volksvertegenwoordiging en kabinet niet alleen incidenteel maar stelselmatig letten op de uitvoeringsaspecten van het beleid, de eigen beleidssector ook stelselmatig vanuit de ogen van de burgers bezien en er voor zorgen dat obstakels die burgers in hun contacten met overheid en semi-publieke diensten ondervinden ook daadwerkelijk worden weggenomen.“

Geldt voor alle overheden
Beter kunnen wij het niet verwoorden.
Tjeenk Willink richt zich in zijn notitie op de landelijke overheid. De rapporten van de RVS en de WRR laten zien, dat dezelfde tendens zich bij de andere overheden voordoet.

Snelle actie gewenst van bestuurders, volksvertegenwoordigers en organisaties
Het is nu zaak dat inzichten en voorstellen van de adviseurs snel ter harte worden genomen door bestuurders, volksvertegenwoordigers en overheidsorganisaties. Zij kunnen daar direct mee beginnen.

  • Bestuurders kunnen deze rapporten direct in het kabinet of in hun college aan de orde stellen en besluiten hoe zíj kunnen bijdragen aan vereenvoudiging en verbetering van de uitvoering ten gunste van de inwoners.
  • Het zou elke overheidsorganisatie sieren wanneer de rapporten zo snel mogelijk serieus besproken worden en afspraken worden gemaakt, die leiden tot betere uitvoering. Daar heeft de organisatie geen opdracht van het bestuur voor nodig.
  • Onze volksvertegenwoordigers – Kamerleden, Statenleden, raadsleden en leden van het algemeen waterschapsbestuur – kunnen een beslissende rol spelen. Door bij het vaststellen van beleid en regels niet alleen te letten op (de grote lijnen van) het beleid, maar door tegelijk en na verloop van tijd na te (laten) gaan of het beleid uitvoerbaar is en aansluit bij de mogelijkheden van de inwoners voor wie het beleid bedoeld is.

Minimaal gewenst resultaat
Het resultaat zou tenminste moeten inhouden dat:

  • wetten, regelingen en beleid eenvoudiger en duidelijker zijn verwoord en minder ingewikkeld zijn opgebouwd;
  • in regelgeving en beleid rekening is gehouden met de mogelijkheden en omstandigheden van zowel mensen die zichzelf goed kunnen redden als van mensen die dat (tijdelijk) minder goed kunnen;
  • het altijd mogelijk moet zijn dat de overheid in individuele gevallen anders besluit, wanneer toepassing van beleid en regels leiden tot een onredelijke en onrechtvaardige uitkomst voor de betrokken inwoner(s);
  • de uitvoering van regeling en beleid regelmatig wordt beoordeeld mede vanuit het perspectief van de burgers waar het beleid of de regeling voor bedoeld is.

N.B. Dit artikel is overgenomen van de website van de Werkgroep Ouderenbeleid PvdA Drenthe

Lees meer in:

Werkgroep Ouderenbeleid PvdA Drenthe

Werkgroep Ouderenbeleid PvdA Drenthe

Over ons

Meer over Werkgroep Ouderenbeleid PvdA Drenthe