Door op 8 juni 2014

We kunnen onze eigen grootverdiener blijven kiezen!

Afgelopen week beheerste twee zaken het zorg nieuws. Abvakabo publiceerde een lijst met de 50 topverdieners in de langdurige zorg en er was tumult over de vrije artsenkeuze. Beide zaken zijn tekenend voor de populistische benadering van ons zorgsysteem en tekenend dat we over het algemeen niet verder kijken dan dat onze neus lang is.

 

Laat ik helder zijn. Bovenmatige beloningen in de publieke sector vind ik ongepast. Daar buiten ook, maar daarover schrijf ik wellicht een volgende keer. Bovenmatig is inmiddels bij wet vastgelegd. Op dit moment is dat ongeveer € 230.000,–. per jaar. Per 1 januari 2015 wordt dat ongeveer  € 180.000,– per jaar. Heel veel geld voor beslist drukke en zeer verantwoordelijke functies. 33 bestuurders in de langdurige zorg overschrijden het bedrag van 230.000,–. De andere bestuurders waar Abvakabo zo’n kabaal over maakt houden zich dus keurig aan de wet. De lijst met bestuurder uit de zorg die bovenmatig beloond wordt is langer dan de 33 genoemd door Abvakabo. Immers bestuurders van ziekenhuizen en GGZ ontbreken. En toch zijn bestuurders in de zorg niet de groep van grootste graaiers in de gezondheidszorg en in de publieke sector. Een tijdje terug las ik de top 2000 van best betaalde functionarissen in de publieke sector. De grootverdieners zitten overal. Bij de omroep, bij de luchtverkeersleiding, bij de rechtspraak, de woningcorporaties. Het onderwijs en de zorg nemen wel een belangrijk deel voor hun rekening. De grootse groepen daarbinnen zijn niet de bestuurders. Verre van. Degenen die het meest verdienen zijn in het onderwijs de hoogleraren en in de zorg de artsen.

Dat artsen de dans ontspringen in de jaarlijkse commotie over de hoogte van het salaris, komt omdat er geen verplichting is tot publicatie. Dat gebeurt wel bij de academische ziekenhuizen. Daar zijn de artsen in loondienst en daardoor weten we dat in de 7 academische ziekenhuizen in ons land er een paar honderd medisch specialisten bovenmatig verdienen. Een rondje langs de overige ongeveer 90 ziekenhuizen zal het aantal grootverdienende dokters verveelvoudigen. Niet de bestuurders maken de gezondheidszorg te duur. Het zijn de artsen die zonder gêne hun zakken vullen. Kennelijk zijn zij zo sluw om uit de hitte van het maatschappelijk debat te blijven.

Die hitte van het maatschappelijk debat zochten de artsen wel op nu hun status aangetast dreigde te worden. Het kan toch zo niet zijn dat de Nederlandse burger de eigen arts niet kan kiezen! Artsen laten dus voorkomen dat er vrije artsen keuze is. Formeel klopt dat, maar het gedrag van onze vrienden doktoren en ons eigen gedrag laat iets anders zien. Allereerst blijkt uit gedrag van de Nederlandse burger dat een arts vooral vanuit praktische overwegingen wordt gekozen. Als je ergens komt wonen kies je vooral de huisarts die om de hoek woont. De keuze voor een arts in de tweede lijn is er vaak ook niet.  Als je iets mankeert waar een specialist aan te pas moet komen, ga je naar het meest nabijgelegen ziekenhuis. Al dan niet verwezen door je eigen, uit praktische overwegingen gekozen, huisarts. Het is maar afwachten bij welke specialist je terecht komt als er in een maatschap gewerkt wordt. En dat is meestal het geval. En als je in de eerste lijn of tweede lijn al zelf zou willen kiezen, blijken praktijken ‘vol’ te zitten, O ja, je kan nog wel terecht bij de net gestarte huisartsenpraktijk. Zo verdeelt men de koek.

Bij heel veel dingen waar we ons voor verzekeren maakt de verzekeringsmaatschappij afspraken met ‘leveranciers’ om ons verzekerd recht te leveren. Natuurlijk zo goedkoop mogelijk. Daar past dan immers die lagere premie bij. Er zijn tal van instantie die toe zien op de kwaliteit. En als ik als verzekeringsnemer niet tevreden ben over de prijs/kwaliteitverhouding neem ik een verzekering waar deze beter ligt of als ik zelf de leverancier wil kiezen, snap ik dat dat voor de verzekeringsmaatschappij minder efficiënt is en ik dus meer moet betalen. Het ontgaat mij helemaal waarom deze systematiek in de grootse verzekering die we hebben, de zorgverzekering, niet toegepast kan worden. Het kan onze gezondheidszorg goedkoper maken. Tja, artsen zullen waarschijnlijk voor een lager honorarium moeten gaan werken, maar dat kan wel lijden.

 

De Tweede Kamer is om, dankzij onze eigen PvdA en onder meer de populisten van SP en PVV. Conclusie van deze politieke week: Als ik ziek ben, kan ik mijn eigen grootverdiener blijven kiezen.